Statistieken

Hier worden de statistieken die op de pagina Weerhistory staan uit gelegd. De statistieken worden berekend over een dag. Het begin van de dag is om 00:00 en het einde is om 23:59.



Min. X

Dit is de laagst gemeten waarde van een dag.

Max. X

Dit is de hoogst gemeten waarde van een dag.

Gem. X

Dit is het gemiddelde van een dag.

Tropische dag

Een tropische dag of ook wel hitte dag is als de maximumtemperatuur gelijk aan 30 °C of hoger is.

Zomerse dag

Een zomerse dag is als de maximumtemperatuur gelijk aan 25 °C of hoger is.

Warme dag

Een warme dag is als de maximumtemperatuur gelijk aan 25 °C of hoger is.

Vorstdag

Een vorst dag is als de minimumtemperatuur onder de 0 °C ligt.

Ijsdag

Een ijs dag is als de maximumtemperatuur niet onder de 0 °C ligt.

Koudegetal

Het koudegetal zijn alle daggemiddelde beneden het vries punt over de periode van 1 november tot en met 31 maart opgeteld. Deze optelsom levert een (koude)getal op. Daarvan wordt het minteken weggelaten.

Voorbeeld:
Bedraagt de gemiddelde etmaaltemperatuur op een bepaalde dag min 0,5 graden en de volgende dag min 0,8 graden, dan is het koudegetal over die twee dagen dus 1,3. Het koudegetal is een maat hoe koud een winter is geweest.

In onderstaande tabel de classificatie van het koudegetal.

Koudegetal Hellmann (H) Classificatie
H > 300 Streng
H > 160 Zeer koud
H > 100 Koud
H < 100 Normaal
H < 40 Zacht
H < 20 Zeer zacht
H < 10 Buitengewoon zacht
Warmtegetal

Het warmtegetal is een maat voor de warmte in het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober. Het warmtegetal wordt berekend door het aantal graden dat de gemiddelde dagtemperatuur boven de 18,0 graden ligt, op te tellen.

Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal.

Graaddagen

Een graaddag is een rekeneenheid om de (variërende) temperatuur op een eenvoudige manier mee te kunnen nemen in berekeningen, met name in berekeningen over energieverbruik. Een graaddag is relatief ten opzichte van een referentie temperatuur, meestal die waarbij geen verwarming meer nodig is (typisch 18 graden Celsius).

Een graaddag is gedefinieerd als referentietemperatuur minus de gemiddelde temperatuur over de gehele dag, geminimaliseerd op 0.

Voorbeeld:
Als de gemiddelde temperatuur over een bepaalde dag 10 graden Celsius was, dan heeft die dag een equivalent van 8 graaddagen. Als de gemiddelde temperatuur hoger ligt dan de referentietemperatuur (bijvoorbeeld 20 graden), dan is er typisch geen verwarming nodig; het aantal graaddagen is dan 0 (en niet -2).

Max Windstoot

Deze staat hier vermeld, omdat de windstoot in dit geval het gemiddelde is van 60 seconde. Normaal is de windstoot het gemiddelde van 3 seconden. Dit is technisch niet mogelijk met de anemometer. Wellicht dat dit in de toekomst nog wordt veranderd.

Windrun

De windrun is de afstand die de wind aflegt.

Neerslag Dagen

De neerslagdagen wroden verdeeld in drie groepen. Groep een is kleiner dan of gelijk aan 2 milimeter neerslag, groep 2 is neerslag groter als 2 en kleiner of gelijk aan 10 milimeter en groep 3 is neerslag dat meer dan 10 milimeter is.